Verhalen

Japie en Krokie
Een voorliefde voor uitheemse dieren, auto’s en rally-rijden, waarbij vooral het leven met een rotgang werd genoten. Met whisky als zijn eigen brandstof. Dat had misschien ook geen gek bijschrift geweest.
Zijn rouwkaart ligt voor me. ‘Jaap’ staat er in sierlijke letters. Mijn oom Jaap Korpershoek. Ik kom op 75 als ik het verschil tussen zijn geboortejaar en sterfdag uitreken. Nog best knap gezien zijn levensstijl, bedenk ik me. En waar andere 13-in-een-dozijn-rouwkaarten worden geïllustreerd met uitgebloeide paardenbloemen en witte lelies, prijkt hier een vette actiefoto van Jaap en zijn zwager in een rallyauto op de voorkant. Allebei met helm op, driftend in de bocht. Ze gaan hard. En wat waren ze goed in hun hoogtijdagen. Sponsoren stonden in de rij. Nationale en internationale rally’s werden gewonnen alsof het de normaalste zaak van de wereld was. De prijzenkast met kitscherige bekers puilde na iedere race meer en meer uit. Jaap leefde rally’s en auto’s. ‘Het enige gejank op mijn begrafenis mag van een Ferrari zijn’, zou hij hebben gezegd.
Jaap is op zijn zachtst gezegd een aparte telg in de familie. Hoewel de percelen grond en boomgaarden in de familie hem een opleiding aan de land- en tuinbouwschool voorschrijven, overwint de liefde voor auto’s en techniek. Met dezelfde passie die hij voor het leven heeft, stort hij zich in het autowezen. Samen met zijn vrouw Ria wordt hij één van de eerste Honda-dealers in Nederland.
De boerderij waar zijn grootvader woonde en een veehouderij hield, wordt omgekat tot garage en showroom. Mét benzinepomp. Het is rond 1970. De boerderij ondergaat een transitie van paarden naar pk’s, van bussen melk naar liters benzine en van geloei van koeien naar gebrul van motoren. Japanse motoren. Waar Jaap alles van af weet. Regelmatig gebruikt hij een stethoscoop om te luisteren of een motor goed loopt of niet. Elk oneffenheidje moet eruit. Zijn vrouw en hij zijn toegewijd en krijgen de halve Hoekse Waard aan de Honda. De felle compacte Civicjes scheuren met hun bolle kontjes door polders en over dijkjes. Later is de Honda Accord een hit. En ook in dit circuit weet hij te winnen. Samen met zijn vrouw is hij keer op keer de bestverkopende Honda-dealer van Nederland.
Naast zijn exotische smaak voor auto’s heeft hij ook een fascinatie voor exotische dieren. Geen honden, geen konijnen, geen cavia’s, nee er komen twee krokodillen in huize Korpershoek. Twee kleine Kaaimannen uit diergaarde Blijdorp. Een slang had hij ook wel gewild maar dat vindt zijn vrouw te eng. Krokodillen niet. De weeralen die ze in hun aquarium houden, worden op initiatief van Diergaarde Blijdorp omgeruild tegen twee kleine Kaaiman krokodillen. Blijdorp wil de weeralen graag hebben voor biologisch onderzoek. ‘Prima deal. Die weeralen zie je toch alleen bij slecht weer’, bromt Jaap. De Kaaimannen worden keurig met de nodige instructies afgeleverd. Op de vraag wat ze eten, antwoordt de dierenverzorger van Blijdorp: rood vlees, rauw. Rosbief vinden ze het lekkerst.’ ‘Met of zonder peper en zout?’, grapt Jaap. Het aquarium wordt omgebouwd tot terrarium en de Kaaimannetjes komen gezellig in de woonkamer. In het begin houden ze zich rustig. Mogen ze zelfs even los in de woonkamer als het terrarium wordt schoongemaakt. En ze krijgen elke week een wasbeurt met de afwasborstel. ‘Krijg-ie me toch nog aan de afwas’, zegt Jaap tegen zijn vrouw. De oren worden schoongemaakt met een tandenborstel. ‘Ik wist niet eens dat ze oren hadden’, merkt zijn vrouw op. ‘Ik ook niet. Want ze luisteren voor geen meter.’
Eén Kaaiman is favoriet bij Jaap. Hij krijgt de naam Krokie. De kleine schubbenjak laat zich graag optillen en aaien. Alleen door Jaap. Als Jaap de kamer in komt, klimt Krokie tegen de glazen wand op. ‘Kijk, hij herkent me’. Jaap en Krokie krijgen een band. De komst van de krokodillen is overigens groot nieuws in het dorp. Kinderen vergapen zich voor het raam van de woning om een glimp op te vangen. Niet veel later volgt een artikel in de krant met foto. Het nieuws verspreidt zich ook landelijk. Het wekt de aandacht van een man die een jonge Nijlkrokodil bezit, maar hem niet meer kan houden wegens ruimtegebrek. ‘Kan die niet bij jullie?’ ‘Ja waarom niet?’, klinkt het droogjes. ‘Zal de slager ook blij mee zijn.’ De Nijlkrokodil en de Kaaimannen worden roommates, hoewel van mates weinig sprake is. Al snel volgt een ‘crockfight’. Ze vechten elkaar de terrarium-tent uit. Vooral de Nijlkrokodil blijkt een felle. ‘Dat belooft wat’. Jaap en zijn vrouw kijken elkaar aan; ‘En nu?’ ‘Verhuizen?’, oppert zijn vrouw. De uitheemse vrienden krijgen een verblijf in de hoek van de showroom, wordt besloten. Ruim genoeg maar wel gescheiden in twee delen, een soort latrelatie. Het voeren blijft een spectaculair moment. Ze krijgen een paar keer per week ieder een flinke runderlap die Jaap hen voorhoudt. En die ze hap-slik in één keer wegwerken. Op zondag krijgen ze rosbief. De slager rijdt glimlachend door het dorp.
Kleine krokodillen worden groot. De groot gebekte pubers gaan inmiddels richting de twee meter. En met de groei van de krokodillen, groeit ook de omzet van Autobedrijf Korpershoek. Ze trekken veel bekijks en veel klanten. De verhuizing naar de showroom blijkt onbedoeld een meesterlijke marketingtruc. ‘Ja ik ben zeker geïnteresseerd in de nieuwe Honda Accord meneer Korpershoek, maar mag ik eerst even naar de krokodillen kijken?’ Het zal niet de eerste klant zijn die het vraagt. De Kaaimannen en de Nijlkrokodil klimmen regelmatig tegen de omheining op om te kijken welke klanten er nu weer binnenkomen. ‘En als je die auto niet koopt, dan laat ik ze los’, zegt Jaap soms met een strak gezicht. Om erna keihard in lachen uit te barsten. Klanten lachen vaak zenuwachtig mee. Negen van de tien keer verlaten ze de showroom met een nieuwe Honda in het bezit.
Dat je voor het voeren beter niet aan de drank kan gaan, ondervindt Jaap een paar maanden later. De Nijlkrokodil reageert veel sneller dan Jaap had verwacht en bezorgt Jaap een flinke Jaap in zijn onderarm. Zeg maar gerust een gapende wond. Terwijl het bloed mede door de alcohol uit zijn arm gutst, meldt hij zich bij zijn vrouw. ‘Kijk, liefdesbeetje van onze Nijlvriend’. Waarna ze in paniek de dokter belt. ‘Help, mijn man is gebeten door een krokodil!’ ‘Mevrouw, heeft u gedronken?’
32 hechtingen later zit Jaap nog een beetje beduusd voor zich uit te kijken. ‘Ik keek trouwens net even goed naar de bek van Krokie. Ik denk dat-ie een ontstoken tand heeft.’ Jaaps vermoeden blijkt juist. Halverwege zijn bek is het vreemd rood rond één van zijn tanden. Het dier beweegt amper en eet niet. De dierenarts wordt gebeld. ‘Oh nee, geen sprake van. Geen krokodil in mijn wachtkamer!’ De dierenarts hangt abrupt op. Jaap en zijn vrouw kijken elkaar weer eens aan. ‘Tandarts Schippers dan?’ Tandarts Schippers wordt gebeld en blijkt wat meer begaan te zijn met het gebit van Krokie. Sterker, hij is zelfs zeer verheugd. ‘Wat een unieke aangelegenheid. Zal ik langskomen of komt u bij mij in de praktijk met de patiënt?’ ‘Wij komen naar de praktijk’, zegt Jaap, waarna hij ophangt. ‘Hoe wou je dat doen dan?’ informeert zijn vrouw oprecht. ‘In de Accord op de achterbank.’ Grote ogen, open mond.
Wonder boven wonder laat het dier zich makkelijk en gedwee optillen en voorzichtig op de achterbank van de auto leggen. ‘Kijk, hij vertrouwt me. Hij voelt dat ik ‘m ga helpen.’
Het convoi exceptionnel, zonder zwaailicht, beweegt zich langzaam en behoedzaam naar de tandartspraktijk. Tandarts Schippers staat het gezelschap op te wachten in de deuropening. ‘Komt u verder. Eh…bijt-ie?’, vraagt Schippers. ‘Zou jij iemand willen bijten als je een ontstoken kies hebt?’ Krokie wordt zorgvuldig en voorzichtig in de tandartsstoel gelegd. Op zijn buik. Het dier laat het allemaal toe. ‘Ik zou wel wat extra verdoving doen’, suggereert Jaap. Zelfs met het injecteren van de verdoving verroert het dier geen vin. ‘Dan is-ie echt goed ziek’, mompelt Jaap. 15 minuten later is de tand eruit. Nog steeds geen kik van Krokie. Hij krijgt wel antibiotica mee tegen de ontsteking. ‘Wat zijn de kosten Schippers?’, informeert Jaap. ‘Weet u, ik vind dit zo’n unieke gebeurtenis, voor deze behandeling wil ik mijn diensten graag gratis aanbieden.’ ‘Mooi. Dank u wel. Scheelt weer een paar biefstukkies.’
Krokie geneest zoals verwacht en de tand groeit weer aan, zoals dat gaat bij krokodillen. Ondertussen is er nóg een Nijlkrokodil bijgekomen van een eigenaar die er vanaf wilde, waardoor Jaap en zijn vrouw een soort krokodillenopvangcentrum zijn geworden. De showroom telt nu vier krokodillen in totaal. De slager bestelt kort erna de nieuwe Honda Prelude bij Jaap, het exclusieve sportmodel.
Wat Jaap en zijn vrouw echter niet weten is dat de wetgeving rond uitheemse dieren in Nederland inmiddels is veranderd. Ze hebben officieel een krokodil te veel. En wat niemand had kunnen voorzien, ze worden verlinkt door iemand in het dorp. ‘De slager zal het niet zijn geweest’, schampert Jaap. ‘Maar ja, wie dan?’ Verder speculeren heeft geen zin. Nog dezelfde week worden ze abrupt geconfronteerd met een brute inval door inspecteurs van de NVWA en de politie.
Wat zich dan voltrekt is op zijn minst pijnlijk en traumatisch te noemen. Er volgt een ruw optreden waarbij met veel machtsvertoon een willekeurige krokodil uit het verblijf wordt ontvreemd. Geen gesprek of geen discussie mogelijk. Geen tegenspraak, geen begrip. Louter geweld. ‘Nee niet die! Niet die! Alsjeblieft niet die!’, schreeuwt Jaap. De inspecteurs zijn onverbiddelijk, ze nemen Krokie mee. Het dier wordt hardhandig uit zijn verblijf gerukt en in een te kleine kooi gepropt. ‘Neem elke andere mee maar niet die!’ Jaap probeert de mannen nog tegen te houden maar er volgt een gênante worsteling waarbij Jaap tegen de grond wordt gewerkt.
Na de razzia stappen de inspecteurs in hun bus en gaan er met Krokie van door. Jaap en zijn vrouw kijken machteloos toe hoe hij wordt afgevoerd. Hoe pijnlijk en traumatisch het incident al is, verloopt alles erna nog dramatischer. Jaap en zijn vrouw horen niet veel later dat Krokie de reis niet heeft overleefd. Hoogstwaarschijnlijk overleden door een hartstilstand als gevolg van te veel stress.
Jaap is kapot. Zijn vrouw ook maar probeert er te zijn voor Jaap. Maar het wordt nog erger. De Kaaiman die is achtergebleven kwijnt de dagen erna weg en sterft ook. ‘Het is mogelijk dat als een stelletje uit elkaar wordt gehaald de achtergebleven Kaaiman doodgaat. Van verdriet’, zo is de uitleg van Blijdorp. Voor de tweede keer nemen Jaap en zijn vrouw een Kaaiman mee op de achterbank, alleen dit keer niet levend. Ze brengen het dier terug naar Blijdorp waar het een autopsie ondergaat. Na de geïmproviseerde uitvaart koerst de Accord terug naar huis. Jaap en zijn vrouw kijken verslagen voor zich uit. Tot Jaap de stilte verbreekt: ‘In een volgend leven kom ik terug als Nijlkrokodil. Drie keer raden welke lui ik dan als eerste ga opzoeken.’
Dit verhaal is gebaseerd op ware gebeurtenissen en enigszins geromantiseerd.
Wil jij ook een mooi verhaal voor jouw merk bijvoorbeeld?
Mail me even op dkorpershoek67@gmail.com
Aanraders
Aai d’n Engel
“Hij leeft nog, maar ja….”
Mijn Co-piloot Ron
“Ze zeiken en schijten niet zonder elkaar.”
De palingvanger van Hamelen
“Ik ben de vis op het droge. Happend naar alcohol.”
Schifahren auf einem spiegel
“Waterskiën op spiegelglad water is als dansen”
Alles
voor Arnold
“Met het zelfvertrouwen van een naaktslak stap ik de zaal binnen.”
Ik drink
dus ik ben
“Ik weet niet wie ik ben zonder alcohol.”